Transparantie onmisbaar voor beter onderwijs

Hans Kuppens | 30 mei 2017

De laatste maanden verschenen verschillende artikelen die gaan over de besteding van onderwijsmiddelen.
Hans Kuppens schreef hierop een blog over transparantie voor beter onderwijs.

Nu wordt gewerkt aan een nieuw kabinet en daarmee aan nieuwe plannen voor het onderwijs vragen onder meer de werkgevers (1) om extra geld. Door anderen, zoals wiskundedocent Van Haandel en econometrist Duijvestijn (2), wordt gewaarschuwd voor het ongecontroleerd verstrekken van gelden. Zij tonen in hun onderzoek aan dat de miljarden die naar het onderwijs zijn gegaan voor kleinere klassen en hogere salarissen dat doel hebben gemist. Ze moesten dat onderzoek wel zelf doen, omdat goede informatie over de besteding van de middelen ontbreekt.

 

Staatssecretaris Dekker beantwoordde een vraag van Tweede Kamerlid Van Dijk (SP) over de informatievoorziening als volgt: “Als de heer Van Dijk precies wil weten waar iedere euro exact is gebleven [...] moet ik hem helaas teleurstellen. Het idee van de lumpsumfinanciering is namelijk dat er een grote mate van bestedingsvrijheid bestaat voor de scholen. Overigens heb ik de indruk dat de scholen daar heel goede dingen mee doen.” (3)

 

In het Noordhollands Dagblad van 13 februari 2017 spreekt de heer Verbrugge van Beter Onderwijs Nederland zelfs over een zwart gat (4). De eerdergenoemde VO-raad haalt de gebrekkige informatievoorziening ook aan in haar reactie op het artikel van Van Haandel en Duijvestijn. Zij stellen “dat er goede afspraken moeten worden gemaakt met schoolbesturen over de manier waarop zij zich verantwoorden over deze middelen. In het verleden zijn deze afspraken onvoldoende helder gemaakt."(5)

 

Over de besteding van de miljarden voor passend onderwijs zegt Francine Giskes, lid van de Algemene Rekenkamer: “We constateren dat we niet kunnen vaststellen wat er met het geld gebeurt, terwijl dat wel de bedoeling was bij de invoering van passend onderwijs. We zeggen niet dat het geld verkeerd wordt besteed, maar ook niet dat het goed gaat. We wéten het gewoonweg niet.” (6)

 

Iedereen is het erover eens dat de informatievoorziening moet verbeteren.

 

De lumpsum

Centraal in de discussie staat het concept van de lumpsum. Vanaf 1999 krijgen scholen voor het voortgezet onderwijs geen geoormerkte bedragen meer (bedragen gekoppeld waaraan het geld besteed moet worden), maar een totaalbedrag. Het primair onderwijs volgde in 2006. Het idee hierachter is dat het niet aan de overheid is om zich bezig te houden met de besteding van gelden, maar dat degenen die op school werken dat zelf het beste kunnen bepalen.

 

Eén ding lijkt men vergeten te zijn: de lumpsum kan enkel functioneren als de verantwoording goed is geregeld. Hoe kunnen de belanghebbenden op school anders beoordelen of de besteding overeenkomt met hun wensen? Er is maar één bedrag en elke euro kan maar één keer uitgegeven worden. Hoe kun je een oordeel vellen als niet helder is waar het geld in het verleden naartoe is gegaan? Hoe kun je een plan maken voor komende schooljaren als niet duidelijk is waaraan de gelden besteed zullen worden en als het niet mogelijk is om te schuiven met de bestedingen?

 

Om verantwoorde keuzes te kunnen maken, in het belang van beter onderwijs, moet het effect van die keuzes ruim van tevoren doorberekend kunnen worden. Op een onderbouwde manier plannen, uitvoeren en verantwoorden zijn onlosmakelijk verbonden met het lumpsumconcept. Wanneer dat niet mogelijk is verdwijnen gelden inderdaad in een zwart gat.

 

Planning

Inzicht in de begroting en besteding van middelen is noodzakelijk bij de planning. In het onderwijs maakt men elk schooljaar weer plannen voor de besteding van middelen in het nieuwe schooljaar. Ruim van tevoren wordt overlegd waar het geld per leerling aan zal worden besteed. Veel ligt vast in onwrikbare regels, maar er blijven genoeg keuzes over. Men moet kiezen tussen alle bestedingsmogelijkheden, van verwarming tot lesopslag voor voor- en nawerk, van bestedingen voor een interim tot extra uren voor mentoraat. Alles moet tegen elkaar afgewogen worden want er is maar 1 bedrag. De school mag kiezen of het bedrag werkelijk aan kleinere klassen, passend onderwijs, hogere salarissen of iets anders wordt besteed. Een goede verantwoording levert de basis voor bijstelling van het beleid in het komende schooljaar en moet gebruikt kunnen worden voor de planning.

 

Eisen aan verantwoording

Waaraan moet de informatievoorziening voldoen om ingezet te kunnen worden bij de planning?

 

Transparantie onmisbaar voor goed onderwijs

Lumpsum en informatievoorziening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een goede informatievoorziening zorgt ervoor dat stakeholders zoals directie, bestuur, leraren en medezeggenschapsraad betere besluiten kunnen nemen. 

 

Ik ben ervan overtuigd dat er betere keuzes gemaakt worden wanneer duidelijk wordt waar geld aan besteed wordt en wanneer alternatieven kunnen worden doorgerekend. Ik zou willen weten waar op mijn school de extra gelden aan besteed worden. Is dat aan kleinere klassen?

 

Bronnen:

  1. https://www.vo-raad.nl/artikelen/2017-spannendjaar
  2. https://decorrespondent.nl/6683/resultaat-van-twintig-jaar-miljarden-extra-naar-onderwijs-minder-docenten-grotere-klassen-lager-salaris/2485435200545-aa1d0bc0
  3. https://decorrespondent.nl/6664/scholen-mogen-zelf-hun-geld-uitgeven-nu-weten-we-dat-leraren-en-leerlingen-daar-de-dupe-van-zijn/2478369022360-bd1e13ba
  4. https://www.noordhollandsdagblad.nl/binnenland/geld-onderwijs-verdwijnt-gat
  5. https://www.vo-raad.nl/nieuws/onderzoek-naar-financien-roept-vragen-op
  6. http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=53100