Duurzame inzetbaarheid: hoe zit dat nou eigenlijk?

Anne Kuppens | 02 oktober 2017

Medewerkers in het primair onderwijs hebben recht op uren voor duurzame inzetbaarheid. Maar waar gebruiken we deze uren nou eigenlijk voor en wat betekenen ze voor het aantal te werken uren? We zetten de basis voor u op een rijtje.

Verlagen van de werkdruk

Duurzame inzetbaarheid wordt ingezet om medewerkers in het primair onderwijs ‘langer te laten bestaan’. Mensen krijgen de tijd en ruimte om niet alleen langer, maar ook gezonder en gemotiveerder te blijven werken. Tevreden leerkrachten leiden tot minder uitval, minder ziekte en blije leerlingen. De regeling geldt voor zowel het OP, OOP en de directie, maar voor het gemak spreken we hier over leerkrachten.

 

Binnen de normjaartaak van een leerkracht worden uren gereserveerd voor duurzame inzetbaarheid. Dat betekent dat een leerkracht binnen zijn normjaartaak tijd kan besteden aan zijn persoonlijke ontwikkeling. Dit is iets anders dan professionele ontwikkeling. Persoonlijke ontwikkeling kan tijdens werkuren gedaan worden, zoals het meekijken op andere scholen of het vinden van een nieuwe baan. In specifieke gevallen kunnen er ook afspraken gemaakt worden voor het gebruiken van duurzame inzetbaarheid voor bijvoorbeeld een sabbatical of (extra) zorgverlof.

 

Drie vormen van duurzame inzetbaarheid

Er zijn drie verschillende vormen van duurzame inzetbaarheid. Er zijn gevolgen voor de taakruimte en voor leerkrachten van 57 jaar en ouder zelfs op de totale hoeveelheid te werken uren.
 

  1. Basis duurzame inzetbaarheid

    Elke fulltime leerkracht heeft recht op 40 uur duurzame inzetbaarheid. Deeltijders krijgen de uren naar rato van de aanstelling. De uren kunnen op drie manieren worden ingezet: ontwikkelen, sparen en voor leerkrachten van 57 jaar en ouder als verlof.
    Bij ontwikkelen kiest de leerkracht ervoor de uren dit schooljaar in te zetten voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Doordat dit tijdens werktijd gebeurt, kunnen er minder andere taken uitgevoerd worden.
    Bij sparen worden de uren apart gezet voor een volgend schooljaar. De duurzame inzetbaarheidsuren mogen 3 jaar achter elkaar gespaard worden en dan in één keer opgenomen worden, of in delen. Wanneer een leerkracht de uren spaart, moet hij dat schooljaar dus de volledige normjaartaak werken met reguliere taken.
     

  2. Starters

    Starters in het onderwijs krijgen het dubbele aantal basisuren. Hoelang een leerkracht starter blijft wordt in overleg met de schooldirecteur bepaald. Een starter heeft minder ruimte voor andere taken op school. De extra uren duurzame inzetbaarheid kunnen gebruikt worden voor extra tijd voor het voorbereiden van lessen. Wanneer een leerkracht geen starter meer is, dan komt hij automatisch een schaal hoger dan LA3/LB3 of LB3/LC3 voor het Speciaal onderwijs.
     

  3. Leerkrachten van 57 jaar en ouder

    Voor deze leerkrachten is er een bijzondere regeling met betrekking tot de duurzame inzetbaarheid. Zij hebben niet alleen recht op meer uren (130 uur extra), maar kunnen die ook op een andere manier inzetten. Net als bij de basisuren kan een leerkracht ervoor kiezen de uren in te zetten voor ontwikkeling. De uren gaan dan van de taakruimte af. De leerkracht werkt zijn volledige baan, maar heeft tijdens werktijd meer tijd voor persoonlijke ontwikkeling.
    Een leerkracht van 57 jaar en ouder kan er ook voor kiezen verlof op te nemen. Dit kan voor de 40 basisuren en voor de aanvullende uren. De totale normjaartaak van deze leerkracht wordt kleiner, wat invloed heeft op het aantal te geven lessen, taken en de professionalisering.
    Als een medewerker de uren opneemt voor verlof, dan betaalt hij daarover een eigen bijdrage.
     

In Foleta wordt de duurzame inzetbaarheid volgens de afspraken in de cao berekend en bijgehouden. Bent u benieuwd hoe wij u kunnen helpen bij het registreren van duurzame inzetbaarheid? Neem contact met ons op voor een demo of andere vragen.

 

Wellicht voor u interessant:
Basis- en overlegmodel: hoe zit dit nou eigenlijk?